**1..** De omvang van de gemeente toeslag is afhankelijk van de hoogte van het toetsingsinkomen, van het aantal uren dat een kindplaats wordt bezet en, indien van toepassing, van de omvang van de beperkte kinderopvangtoeslag.
**2..** In de berekening van de gemeentelijke toeslag wordt niet meer dan 16 uur feitelijke bezetting per week betrokken.
**3..** In de berekening van de gemeentelijke toeslag wordt het uurtarief tot het conform artikel 7 vastgestelde maximum betrokken.
**4..** Het met inachtneming van lid 3 te betrekken uurtarief voor de betreffende opvang minus de ouderbijdrage, zoals die wordt vastgesteld door toepassing van de VNG-adviestabel voor het betreffende boekjaar, is de grondslag voor de berekening van de onder lid 1 bedoelde gemeentelijke toeslag.
**5..** De onder lid 4 berekende grondslag wordt vermenigvuldigd met het aantal uren feitelijke bezetting. De uitkomst is gelijk aan de gemeentelijke toeslag voor ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag.
**6..** De gemeentelijke toeslag voor ouders met een beperkte aanspraak op kinderopvangtoeslag wordt berekend door deze beperkte aanspraak in mindering te brengen op de volgens lid 5 berekende gemeentelijke toeslag die deze ouders zouden ontvangen indien er geen aanspraak zou bestaan op kinderopvangtoeslag.
**7..** In de fictieve berekening van de gemeentelijke toeslag zoals bedoeld in lid 6 wordt de verschuldigde eigen bijdrage berekend op basis van het toetsingsinkomen van de ouder met de meeste arbeidscontracturen.
**8..** De gemeentelijke toeslag wordt in de vorm van subsidie verleend voor de duur van het verblijf van het kind in het kindercentrum in het betreffende boekjaar.
**9..** De verleende subsidie wordt zo nodig gemaximeerd op het bedrag van de feitelijke kosten van de opvang in een geregistreerd kindercentrum.
**10..** Het college kan de juiste werking van de bepalingen van dit artikel in samenhang met de bepalingen van artikel 7 borgen door in afwijking ervan nadere regels te stellen. De werking en de vast te stellen nadere regels worden door het college besproken met de houder. De gemeenteraad wordt over de vaststelling van de nadere regels en het hierover gevoerde overleg met de houder geïnformeerd.
Artikel 5.