Naar hoofdinhoud
1.. Het college stelt jaarlijks het uurtarief vast dat ten hoogste wordt betrokken in de berekening van de omvang van de gemeentelijke toeslag. 2.. Bij deze vaststelling maakt het college onderscheid tussen peuter- en kinderopvang met en zonder voorschoolse educatie. 3.. Het college houdt rekening met de uurtarieven van de aanbieders en hanteert de uurtarieven zoals die worden vastgesteld door de landelijke overheid als ondergrens. 4.. Het uurtarief voor kinderopvang zonder voorschoolse educatie is gelijk aan het door de landelijke overheid vastgestelde maximum uurtarief dat gehanteerd wordt bij de berekening van de kinderopvangtoeslag. 5.. Het uurtarief voor peuteropvang is 52/40e deel van het uurtarief voor kinderopvang.

Rechtspraak bij dit artikel