De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, wordt geheven naar de waarde in het economische verkeer van het perceel.
Ingeval het perceel een onroerende zaak is, is de waarde in het economische verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde zoals deze voor het in artikel 7 bedoelde kalenderjaar geldt.
Ingeval voor het perceel geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat perceel bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.
De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, wordt, voor een perceel dat uit in hoofdzaak tot woning dient (70/30 regeling), geheven naar het aantal bewoners, volgens de Basisregistratie Personen bij aanvang van het belastingjaar, of indien dit later is, het aantal bewoners bij aanvang van de belastingplicht.
De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, wordt, voor percelen die niet behoren tot de in het vierde lid bedoelde percelen, geheven naar het aantal kubieke meters water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.
Het aantal kubieke meters water genoemd in het vorige lid wordt gesteld op het aantal kubieke meters leidingwater, grondwater en oppervlaktewater dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand gerekend.
Indien van een perceel geen waterverbruik kan worden vastgesteld, als bedoeld in het voorgaande lid, wordt dit perceel ingedeeld in klasse met een waterverbruik tot 500 m3
Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die pompinstallatie zijn voorzien van een:
watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden afgelezen, of
bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan worden afgelezen.
De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van enige andere wettelijke bepaling.
De op de voet van het zesde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die aantoonbaar niet is afgevoerd, mits die minimaal 100 m3 bedraagt.
Artikel 5.
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van Rioolheffing Meierijstad 2019