**1..** Als de woning deel uitmaakt van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 Wet WOZ en waarvoor op grond van hoofdstuk IV van die wet een waarde is vastgesteld, wordt de belasting geheven naar de heffingsmaatstaf voor de onroerende zaakbelastingen, zoals die voor het belastingobject geldt voor het tijdvak waarover de forensenbelasting wordt geheven.
**2..** In afwijking van het eerste lid wordt, als de heffingsmaatstaf voor de onroerende zaakbelastingen waarvan de woning deel is voor het belasting-jaar is vastgesteld onder toepassing van artikel 16, onderdeel e Wet WOZ, de belasting geheven naar een vast bedrag per woning.
**3..** Als de woning geen deel is van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16 Wet WOZ, wordt de belasting geheven naar een vast bedrag per woning.
**4..** Als geen heffingsmaatstaf voor de onroerende zaakbelastingen is of wordt vastgesteld, wordt de belasting geheven naar een vast bedrag per woning.
**5..** De belasting als bedoeld in het eerste lid bedraagt, als de waarde in het economische verkeer:
niet meer is dan € 125.000,- € 336,-
meer is dan € 125.000,-, maar minder dan € 150.000,- € 419, -
meer is dan € 150.000,-, maar minder dan € 175.000,- € 509, -
meer is dan € 175.000,-, maar minder dan € 200.000,- € 603, -
meer is dan € 200.000,-, maar minder dan € 225.000,- € 696, -
meer is dan € 225.000,-, maar minder dan € 275.000,- € 802, -
meer is dan € 275.000,-, maar minder dan € 325.000,- € 917, -
meer is dan € 325.000,-, maar minder dan € 375.000,- € 1.035, -
meer is dan € 375.000,- € 1.162, -
**6..** Als er geen WOZ-waarde wordt vastgesteld is het tarief € 356,-
Artikel 4.