Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Reikwijdte

Onderdeel van Mandaatbesluit 2019

1.. Mandaat kan worden verleend, tenzij bij wettelijk voorschrift anders is bepaald of de aard van de bevoegdheid zich tegen de mandaatverlening verzet. 2.. Indien de uitoefening van de in de mandaatregister opgenomen mandaten en volmachten het beslissen over de besteding van budgetten met zich meebrengt, maakt dit onderdeel uit van het vermelde mandaat of volmacht. Dit voor zover daarbij de te nemen besluiten niet zullen leiden tot overschrijding van het betreffende budget zoals opgenomen in de gemeentebegroting en de daarop gebaseerde budgetprotocollen en voorts met inachtneming van de in het register opgenomen bijzondere bepalingen. 3.. Een verleend mandaat heeft niet alleen betrekking op de opgedragen bevoegdheid in strikte zin, maar ook op alle voorbereidingshandelingen en andere handelingen en rechtshandelingen die moeten worden verricht in het kader van de uitoefening van de opgedragen bevoegdheid. 4.. Van de verleende mandaten mag geen gebruik worden gemaakt voor zover het gaat om: Het beslissen op een bezwaarschrift; het nemen van een besluit in afwijking van een beleidsregel als bedoeld in artikel 4:84 van de Awb; het nemen van een besluit in afwijking van een wettelijk verplicht advies; het nemen van een besluit dat niet past binnen het daarvoor bestemde budget of investeringskrediet; het nemen van een besluit waarop artikel 169, vierde lid van de Gemeentewet (de raad de gelegenheid bieden om wensen en bedenkingen ter kennis te brengen aan het college) van toepassing is; het nemen van een besluit waarbij de gemandateerde een persoonlijke betrokkenheid heeft. 5.. In de volgende gevallen legt de gemandateerde of gevolmachtigde de kwestie in ieder geval ter beoordeling aan het bestuursorgaan voor, onverminderd het bepaalde in artikel 10:3, tweede lid, van de Awb: indien het voornemen bestaat tot aanvulling of afwijking van het tot dan gevoerde beleid of tot vaststelling van nieuw beleid; indien niet begrote financiële of andere belangrijke consequenties zijn te verwachten of anderszins een aanmerkelijk beslag op financiële middelen is te verwachten; bij weigering tot afgifte van een beschikking of anderszins een negatieve beslissing, tenzij hierin uitdrukkelijk is voorzien bij de verlening van het mandaat; bij mogelijke strijdigheid met bestaand beleid, richtlijnen, voorschriften en dergelijke; indien de schijn van vooringenomenheid kan worden gewekt, waaronder in ieder geval moet worden verstaan het nemen van een besluit door de gemandateerde ten aanzien van de gemeente; indien de ambtelijke adviezen die ten grondslag liggen aan het besluit niet eensluidend zijn; indien er twijfel bestaat of de aard van de bevoegdheid zich tegen de mandaatverlening verzet. 6.. Ingeval op basis van het bepaalde in het vijfde lid een te nemen besluit wordt voorgelegd aan het bestuursorgaan, neemt het bestuursorgaan het besluit zelf of laat hij het nemen van het besluit alsnog over aan de gemandateerde, eventueel onder het geven van nadere instructies of aanwijzingen. 7.. Stukken gericht aan de Kroon, de Minister, Staatssecretaris, Commissaris van de Koning en Gedeputeerde Staten, worden ondertekend door het bestuursorgaan, behoudens zaken met een routinematig karakter.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel