Naar hoofdinhoud
Lid 1. De persoon, aan wie een maatwerkvoorziening in natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget is verleend, is een bijdrage verschuldigd. Lid 2. Conform artikel 12a lid 2 van de Verordening is geen eigen bijdrage verschuldigd als: de maatwerkvoorziening bestaat uit een rolstoel; het een maatwerkvoorziening betreft in gemeenschappelijke ruimten van wooncomplexen; de maatwerkvoorziening een hulpmiddel is voor een  belanghebbende jonger dan 18 jaar; het de maatwerkvoorziening Begeleiding individueel basis/speciaal met intensiteit waakvlam betreft of Maaltijdvoorziening betreft. Lid 3. De hoogte van de bijdrage voor een maatwerkvoorziening wordt vastgesteld overeenkomstig het van toepassing zijnde Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning, zoals jaarlijks aangepast door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, en bedraagt nooit meer dan: de kostprijs van de maatwerkvoorziening in natura; de hoogte van het persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening; Lid 4. De termijn van de inning van bijdrage voor een maatwerkvoorziening is: gelijk aan de verstrekkingsduur van een maatwerkvoorziening in natura, anders dan in eigendom; gelijk aan de verstrekkingsduur van een periodiek persoonsgebonden budget; gelijk aan de termijn die geldt tot de kostprijs van de voorziening is betaald. Deze termijn wordt in de toekenningsbeschikking van het persoonsgebonden budget voor een maatwerkvoorziening vermeld. Lid 5. De inning van de bijdrage voor een maatwerkvoorziening stopt te allen tijde bij het overlijden van belanghebbende of bij beëindiging van de maatwerkvoorziening. Lid 6. De persoon aan wie een maatwerkvoorziening in de vorm van een tegemoetkoming is verleend is geen bijdrage verschuldigd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel