Naar hoofdinhoud
1.. Voor het hebben van een gedenkteken is vooraf een schriftelijke vergunning nodig van het college. 2.. De rechthebbende van een particulier graf vraagt de vergunning voor het hebben van een gedenkteken aan. 3.. Het college kan nadere regels stellen omtrent de wijze van aanvragen van de vergunning, de aard en de afmetingen van het gedenkteken en de wijze van aanbrengen. 4.. Het college kan ontheffing verlenen van de door hen vastgestelde nadere regels. 5.. Het college kan de vergunning weigeren indien: niet voldaan wordt aan de vastgestelde nadere regels, genoemd in het derde lid; de grafbedekking afbreuk doet aan het aanzien van de begraafplaats; de duurzaamheid van de materialen onvoldoende is; de constructie van de grafbedekking ondeugdelijk is. 6.. Het bepaalde in artikel 21 vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing. 7.. Bij vervanging of aanpassing van het gedenkteken dient rechthebbende of belanghebbende dit vooraf schriftelijk te melden bij de beheerder van de begraafplaats.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel