1. Het gebruik van het collectief (openbaar) vervoer heeft het primaat als het de cliënt naar het oordeel van het college in voldoende mate in staat stelt tot participatie.
2. Een persoon die naar het oordeel van het college bij het vervoer met het collectief (openbaar) vervoer is aangewezen op persoonlijke begeleiding, kan gratis een begeleider mee laten reizen.
3. Het college kan beleidsregels stellen voor de beoordeling van het recht op een vervoersvoorziening voor sociaal-recreatief vervoer.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3
Artikel 2.3.5
Aanvullende criteria sociaal-recreatief vervoer
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2019