Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.2

Hoogte van het pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Utrecht 2019

1. De omvang van het pgb bedraagt nooit meer dan de tegenwaarde van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate te verstrekken voorziening in natura. Indien nodig kan het pgb voor een hulpmiddel aangevuld worden met een vergoeding voor instandhoudingkosten. 2. Indien het pgb is gebaseerd op een uur-, dagdeel of etmaaltarief of gemiddeld resultaattarief, wordt onderscheid gemaakt tussen ondersteuning geleverd door een instelling, een zelfstandig ondernemer en personen uit het sociaal netwerk: a. Het tarief voor een erkende instelling is gebaseerd op het goedkoopste tarief zoals afgesproken is met de contracteerde aanbieders; b. Het tarief voor een zelfstandig ondernemer is gebaseerd op het tarief van een erkende instelling minus 18% overheadkosten; c. Het tarief voor een persoon uit het sociaal netwerk is, bij individuele begeleiding, gebaseerd op het tarief dat wordt gebruikt in de Wet Langdurige zorg. Het tarief voor kortdurend verblijf in het sociale netwerk is gebaseerd op het historisch tarief uit de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. Bij het tarief voor een persoon uit het sociaal netwerk voor hulp bij het huishouden is rekening gehouden met het feit dat de budgethouder gevrijwaard is van het afdragen van loonheffingen, premies voor werknemersverzekeringen en geen administratieve verplichtingen heeft, waarbij het minimumloon de ondergrens is. 3. Normbedragen voor de verstrekking van maatwerkvoorzieningen in de vorm van een vergoeding worden door het college vastgelegd in een Financieel besluit Wet maatschappelijke ondersteuning Utrecht. 4. Het tarief op basis waarvan het pgb is berekend blijft in stand zolang de toekenning geldig is.

Rechtspraak bij dit artikel