Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 3

Toegang tot jeugdhulp

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp 2019 gemeente Utrecht

1. De voorzieningen die worden geregeld in deze verordening zijn toegankelijk voor jeugdigen en hun gezin die, conform de Jeugdwet, onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Utrecht vallen. 2. Voor jeugdigen of ouders met een hulpvraag zijn algemene voorzieningen vrij toegankelijk. 3. Jeugdigen of hun ouders met een hulpvraag kunnen zich melden bij het Buurtteam. Tijdens het gesprek met een Medewerker van het buurtteam wordt de hulpvraag onderzocht en besproken welke voorziening passend is. De jeugdige of zijn ouders kan en aanvraag voor een individuele voorziening indienen. Het college kan hiertoe nadere regels opstellen. 4. Een jeugdige of zijn ouders kan zich bij een aanvraag om een voorziening laten bijstaan door een onafhankelijke cliëntondersteuner. Medewerkers van de Buurtteams dienen hun cliënten hierop actief te attenderen. 5. In een gesprek komt in ieder geval aan de orde: a. de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag; b. het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp; c. het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden; waarbij de Medewerker van het buurtteam de jeugdige en zijn ouders stimuleert om een familiegroepsplan op te stellen; d. de mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een algemene of voorliggende voorziening; e. de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening; f. de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken; g. hoe in geval van toekenning van een individuele voorziening deze wordt verzilverd; in natura of in pgb. 6. De bevindingen van een gesprek worden opgenomen in het gezinsplan, indien aanwezig is het familiegroepsplan hiervan onderdeel. 7. Het college zorgt voor de inzet van jeugdhulp na een verwijzing door andere volgens de wet bevoegde verwijzers naar een individuele voorziening voor zo lang de jeugdhulpaanbieder die de individuele voorziening levert van oordeel is dat inzet van jeugdhulp nodig is. 8. In afwijking van het derde en vierde lid kan het college een individuele voorziening voor dyslexie-zorg toekennen op verzoek van een door haar gecontracteerde aanbieder voor dyslexiezorg na verwijzing van de jeugdige door de school. Deze aanbieder voert vooraf een controle uit op het door de school opgestelde leerlingdossier en geeft het college advies over de toe te kennen voorziening voor dyslexiezorg. 9. Het college zorgt voor de inzet van de jeugdhulp die de rechter of de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel. Het college zorgt voor de inzet van de jeugdhulp die de rechter, het openbaar ministerie, de selectiefunctionaris, de inrichtingsarts of de directeur van de justitiële inrichting nodig achten bij de uitvoering van een strafrechtelijke beslissing, of die de gecertificeerde instelling nodig acht bij de uitvoering van de jeugdreclassering. 10. In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een tijdelijke passende maatregel of vraagt het college een machtiging gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet. 11. Het college kan nadere regels vaststellen ten aanzien van de methodiek en procedure waarmee het gesprek wordt gevoerd en het verslag tot stand komt.

Rechtspraak bij dit artikel