1. Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:
a. mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op een vaste jaarplaats die worden gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,5;
b. mobiele kampeeronderkomens en stacaravans op een vaste seizoenplaats die worden gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,3;
c. mobiele kampeeronderkomensop een seizoenplaats die worden gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op 2,6.
d. mobiele kampeeronderkomensop een toeristische plaats die worden gebezigd voor uitsluitend recreatief gebruik, bepaald op:
1o 2,2 indien sprake is van een voorseizoenarrangement;
2o 2,2 indien sprake is van een naseizoenarrangement;
3o 2,1 indien sprake is van een maandarrangement.
2. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt ingeval van:
a. het eerste lid, sub a, bepaald op 58,5;
b. het eerste lid, sub b, bepaald op 52,9;
c. het eerste lid, sub c, bepaald op 51,5;
d. het eerste lid, sub d, bepaald op:
1o 30 indien sprake is van een voorseizoenarrangement;
2o 18 indien sprake is van een naseizoenarrangement;
3o 12 indien sprake is van een maandarrangement.
Artikel 6
Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van toeristenbelasting 2019.