Naar hoofdinhoud

Artikel 2

Aanvraag voor een individuele voorziening

Onderdeel van Nadere regels Jeugdhulp gemeente Utrecht 2019

1. Een mondelinge aanvraag voor een individuele voorziening in natura kan door de jeugdige of zijn ouders worden ingediend in een gesprek met een medewerker van het buurtteam. De aanvraag wordt in het gesprek door de jeugdige of zijn ouders ondubbelzinnig bevestigd en met dagtekening door de medewerker van het buurtteam in het gezinsplan vastgelegd. 2. Een schriftelijke aanvraag voor een individuele voorziening kan uitsluitend worden ingediend bij een medewerker van het buurtteam door middel van een door de jeugdige of zijn ouders ondertekend gezinsplan. 3 Het college draagt zorg voor een professionele en eenduidige afweging door een medewerker van het buurtteam bij de beoordeling of een individuele voorziening noodzakelijk is, waarbij de wettelijke vereisten met betrekking tot verantwoorde werktoedeling in acht worden genomen. 4. Het college draagt zorg voor een voldoende, kwantitatief en kwalitatief, aanbod van jeugdhulp zoals gedefinieerd in de geldende Verordening Jeugdhulp artikel 2 lid 2. 5. Een toekenning voor een individuele voorziening in natura wordt alleen verleend voor door het college gecontracteerde jeugdhulpaanbieders. 6. In afwijking op het gestelde in artikel 2 lid 5, kan toestemming voor een individuele voorziening, op aanvraag van een door de wet bevoegde verwijzer, verleend worden door de commissie Passend Alternatief, indien deze commissie constateert dat de gecontracteerde jeugdhulpaanbieders geen passend ondersteuningsaanbod kunnen bieden en de cliënt geen gebruik wil of kan maken van een persoonsgebonden budget. 7. In geval van weigering van een aanvraag van een individuele voorziening, wordt dit gemotiveerd toegelicht aan de aanvrager middels een beschikking. 8. Het college zorgt dat de beoordeling van een aanvraag voor een individuele voorziening onder de Jeugdwet collegiaal wordt getoetst indien de cliënt het oneens is met de uitkomst van die beoordeling. Indien de cliënt zich ook niet kan vinden in de uitkomst van de collegiale toetsing zorgt het college dat de commissie Passend Alternatief een second opinion verzorgt.

Rechtspraak bij dit artikel