1. De belasting voor percelen die in hoofdzaak tot woning dienen, bedraagt:
a. indien het perceel bij aanvang van het belastingtijdvak door één persoon wordt gebruikt: € 110,66;
b. indien het perceel bij aanvang van het belastingtijdvak door twee personen wordt gebruikt: € 132,73;
c. indien het perceel bij aanvang van het belastingtijdvak door meer dan twee personen wordt gebruikt: € 154,81.
2. De belasting voor percelen die niet in hoofdzaak tot woning dienen, bedraagt:
a. indien in het perceel een watermeter voor leidingwater is geplaatst, dan wel de gebruiker beschikt over een eigen installatie voor het oppompen van water en in beide gevallen het totale waterverbruik niet meer bedraagt dan 600 kubieke meter per jaar: een vast bedrag van € 88,58 per jaar, vermeerderd met € 0,50 per kubieke meter water, afgenomen van het waterleidingnet dan wel door middel van een eigen installatie opgepompt;
b. indien in het perceel geen watermeter, als bedoeld onder a, aanwezig is, hoewel dit perceel is aangesloten op het waterleidingnet, noch over een eigen pompinstallatie wordt beschikt: een vast bedrag van € 133,05 per jaar;
c. bij een waterverbruik van meer dan 600 kubieke meter per jaar, ongeacht of het water is afgenomen van het waterleidingnet dan wel door middel van een eigen pompinstallatie is verkregen: € 0,74 per kubieke meter verbruikt water.
4. Indien in de loop van het belastingjaar het aantal personen waardoor een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient, wordt gebruikt, wijzigt van twee of drie of meer personen naar twee personen of één persoon en bij het opleggen van de aanslag het tarief van artikel 6, lid 1, onder b. of c. is toegepast, bestaat aanspraak op vermindering van de aanslag voor zoveel twaalfde gedeelten van het verschil tussen het toegepaste tarief en het tarief waar na wijziging van het aantal personen recht op zou zijn als er in dat jaar, na de wijziging van het aantal gebruikers, nog volle kalendermaanden overblijven waarin het perceel wordt gebruikt door het verminderde aantal personen.
5. Indien en voorzover de belasting wordt geheven per kalenderkwartaal, wordt de belasting berekend naar de tarieven als genoemd in het eerste en tweede lid, met dien verstande dat de tarieven 25% bedragen per kalenderkwartaal van de in het eerste en tweede lid genoemde tarieven.