Met het oog op de toepassing van artikel 3, lid 1 van de verordening worden de volgende afvalstromen nader gedefinieerd:
Dat deel van de huishoudelijke afvalstoffen dat van organische oorsprong is, beperkt van omvang is en apart wordt ingezameld.
Verpakkingsafval van kunststof (plastic), verpakkingsafval van blik en metalen folies, en dranken- en zuivelproductkartons dat afkomstig is van huishoudens.
Huishoudelijk papier en karton zonder kunststof of metalen delen, dat droog en schoon is en niet vervuild met ander afvalfracties.
Dat deel van het huishoudelijk afval dat overblijft na gescheiden inzameling van afvalstromen.
Afval dat bestaat uit luiers, incontinentie- en/of stomamateriaal.
Huishoudelijk verpakkingsglas/keukenglas zoals flessen en potten, gescheiden in blank, groen en bont.
Alle uit huishoudens afkomstige soorten textiel; dit kan dus kleding zijn (ook kapotte kleding), lakens, dekens, hand-, bad- theedoeken en dergelijke, schoeisel, grote lappen stof en gordijnen.
Vloerbedekking van textiel.
Afvalstoffen zoals vermeld op de kca-lijst januari 2001, vastgesteld door het Afval Overleg Orgaan, voor zover dit huishoudelijk afvalstoffen zijn.
De producten als genoemd in de Regeling afgedankte elektrische en elektronische apparatuur d.d. 3 februari 2014 met nummer IENM/BSK-2014/14758, Staatscourant d.d. 5 februari 2014, nummer 2975.
Grof huishoudelijk afval is volumineus en/of zwaar huishoudelijk afval dat door afmeting en/of gewicht niet in een inzamelmiddel of via een inzamelvoorziening ter inzameling kan worden aangeboden;
Grof huishoudelijk afval wordt onderscheiden in goedzooi en rotzooi:
tot goedzooi worden gerekend de herbruikbare en verkoopbare producten en materialen die, na eventuele reparatie, in het hergebruikcircuit worden gebracht.
rotzooi is het grof huishoudelijk afval dat niet in het hergebruikcircuit wordt gebracht, maar door de inzameldienst wordt ingezameld ter verwerking elders.
Plantaardige (of organische) afvalstoffen door aard, samenstelling of omvang niet vallend onder gft-afval en vrijkomend bij de aanleg, het onderhoud of verwijdering van particulier groen (tuinen, particuliere watergangen, particuliere bos- en natuurterreinen), zoals grof loofafval en snoeihout.
Boomstobben, (wortel)kluiten, bielzen, tuinhekken of tuinschuttingen behoren niet tot grof tuinafval.
Schoon betonpuin, metselwerkpuin, uitgeharde beton-, specie- en cementresten, gasbeton, kalkzandsteen, tegels, klinkers, gips(platen), grind en andere harde steenachtige materialen, zoals dakpannen.
Sloophout, isolatiematerialen en vlakglas (glas dat wordt gebruikt in woning- en utiliteitsbouw) vallen ook onder bouw- en sloopafval.
Afval dat uit asbest bestaat of waarin zich asbest bevindt.
Producten met als belangrijkste bestanddeel ferro en non-ferro. Verpakkingen van blik vallen hier niet onder.
Grond die:
niet zichtbaar vermengd is met resten puin, kool, glas, hout, ijzer of asbest, en;
niet verontreinigd is op basis van het historisch gebruik van de locatie van herkomst en/of op basis van uitgevoerd milieukundig onderzoek (conform NEN 5740 of AP04). Onder deze categorie vallen ook graszoden (afkomstig uit particuliere tuinen).
Banden van motoren, personenauto’s, vrachtvoertuigen, tractoren en shovels, zonder velgen.
Artikel 2
Omschrijving van categorieën huishoudelijke afvalstoffen (uitwerking artikel 3, lid 2)
Onderdeel van Uitvoeringsbesluit afvalstoffenverordening Winterswijk 2018