1 De eigenaar of gebruiker van een onroerend goed, gelegen in een of meer door burgemeester en wethouders aan te wijzen gedeelten der gemeente, is verplicht, ter voorkoming van schade door ratten en muizen aan eigendommen of gezondheid, overeenkomstig de door burgemeester en wethouders gegeven nadere voorschriften:
a verdelgingsmiddelen uit te leggen of te doen uitleggen en deze uitgelegd te houden;
b vangmiddelen te plaatsen en in stand te houden;
c voorzieningen aan of met betrekking tot het goed aan te brengen, teneinde de aanwezigheid of het binnendringen van ratten en muizen tegen te gaan;
d eetbaar afval buiten gebouwen niet anders aanwezig te hebben dan op voor ratten en muizen ontoegankelijke wijze.
2 De eigenaar of gebruiker van een onroerend goed, die door burgemeester en wethouders is aangeschreven binnen een bepaalde termijn een of meer der in het vorige lid onder a-d genoemde maatregelen te nemen is verplicht aan die aanschrijving te voldoen overeenkomstig de aanwijzingen bij de aanschrijving gegeven.
3 Het in de voorgaande leden bepaalde geldt mede ten aanzien van de eigenaar, gebruiker of gezagvoerder van een schip, voor zover deze niet reeds verplicht is de bestrijding of wering van ratten en muizen ter hand te nemen of daaraan mede te werken ingevolge bij of krachtens de wet uitgevaardigde of door de wet bekrachtigde voorschriften aangaande de gezondheid in verband met het internationale verkeer.