**21.1.** De gemeenten streven, in het kader van het provinciale en regionale beleid ter zake, naar regionale uniformering met betrekking tot milieuparken.
**21.2.** Indien de regionale ontwikkelingen hiertoe aanleiding geven, kan door een eensluidend besluit van de colleges der deelnemende gemeenten en met toestemming van de raden van de deelnemende gemeenten, de Gemeenschappelijke Regeling binnen de genoemde periode worden opgeheven. De leden 3 tot en met 5 van artikel 18 zijn van overeenkomstige toepassing.
**21.3.** In geval van een onmiddellijke beëindiging van de beheer- en exploitatie werkzaamheden van Stadsbeheer als bedoeld in artikel 15.2 sub a, zullen de daaruit voor Stadsbeheer voortvloeiende financiële gevolgen vanwege met derden op dat moment lopende verplichtingen ten laste komen van de deelnemende gemeenten.
**21.4.** De Gemeenschappelijke Regeling kan bij eensluidend besluit van de colleges van de deelnemende gemeenten en toestemming van de raden van de deelnemende gemeenten worden gewijzigd.
**21.5.** Het bestuur adviseert de colleges met betrekking tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling.
**21.6.** Deze Gemeenschappelijke Regeling vervangt de eerder gesloten Gemeenschappelijke Regeling Milieuparken Maastricht, Meerssen en Valkenburg aan de Geul inzake de samenwerking op 4 milieuparken te weten Milieupark Beatrixhaven, Randwijck en Noorderbrug (Noorderbrug medio 2016 te vervangen door Rondeel) te Maastricht en de Valkenberg te Valkenburg aan de Geul, welke in 2016 van kracht is geworden.
Artikel 21