**9.1.** Het Bestuur zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening aan de raden van de gemeenten.
**9.2.** Het Bestuur maakt jaarlijks een ontwerp-begroting van inkomsten en uitgaven op.
**9.3.** Het Bestuur zendt de ontwerp-begroting ten minste acht weken voordat deze door het Bestuur wordt vastgesteld, toe aan de raden van de gemeenten.
**9.4.** De ontwerp-begroting wordt door de colleges van de gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.
**9.5.** De raden van de gemeenten kunnen bij het Bestuur hun zienswijze over de ontwerp-begroting naar voren brengen.
**9.6.** Het Bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, maar in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten.
**9.7.** Het bepaalde in het derde, vijfde en zesde lid is, met uitzondering van de in het zesde lid genoemde datum, van overeenkomstige toepassing op begrotingswijzigingen.
**9.8.** Het Bestuur stelt de jaarrekening vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft.
**9.9.** Het Bestuur zendt de jaarrekening binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.