Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 11.

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

Onderdeel van Verordening afvalstoffenheffing en reinigingsrecht Meierijstad 2019

De belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 en de rechten bedoeld in hoofdstuk 3.1 van de tarieventabel zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de belasting bedoeld in hoofdstuk 1.1 en de rechten bedoeld in hoofdstuk 3.1 van de tarieventabel verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting of rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruikmaakt. De belasting bedoeld in onderdeel 1.2 en de rechten bedoeld in onderdeel 3.2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

Rechtspraak bij dit artikel