**1..** Voor toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
a.
aansluiting:
de aanleg door of vanwege de gemeente van een leiding van het openbaar riool naar het eigendom ten behoeve waarvan de aansluiting geschiedt, ertoe dienende om ten behoeve van een eigendom een directe of indirecte lozing op het openbaar riool mogelijk te maken;
b.
afvalwater:
afvalwater in de zin van de Wet milieubeheer met inbegrip van hemelwater, drainagewater, bronneringswater, schoonwater en oppervlaktewater.
**2..** Ingeval van een (verbeterd) gescheiden stelsel worden de twee afzonderlijke leidingen, die voor hemelwater en die voor het overige afvalwater, voor toepassing van dit hoofdstuk als één aansluiting aangemerkt.
Hoofdstuk 6
Artikel 12
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening aansluitvoorwaarden riolering 2019