**1..** Het college bepaalt wat de meest passende voorziening jeugdhulp voor het bereiken van het afgesproken resultaat is.
**2..** Het college kent een individuele voorziening toe voor zover door de toegangsprofessional is vastgesteld dat de jeugdige:
op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit de naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden;
geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige voorziening;
geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk gebruik te maken van een andere voorziening.
**3..** Voor de inzet van een voorziening voor jeugdigen in de leeftijdscategorie 16-18 jaar zal er indien nodig tijdig (een half jaar voor het bereiken van 18 jaar) gekeken worden naar een vervolgtraject na de 18 jaar.
**4..** Het college kan besluiten vervoer aan een jeugdige toe te kennen van en naar de locatie waar de jeugdhulp wordt geboden:
als dit medisch gezien noodzakelijk is of;
als er beperkingen in de zelfredzaamheid zijn.
Indien er sprake is van een situatie onder a of b moet ook aangetoond worden dat ouder(s) of het sociale netwerk niet in staat is de jeugdige te vervoeren.
**5..** Het college kan nadere regels opstellen ten aanzien van het vervoer zoals genoemd bij lid 4.
**6..** De jeugdhulp voorziening dient te worden uitgevoerd door een in Nederland gevestigde jeugdhulpaanbieder.
Hoofdstuk 2
Artikel 5.
Voorwaarden individuele voorziening jeugdhulp
Onderdeel van VERORDENING JEUGDHULP 2019