**1..** Aan het eind van de vergadering wordt gelegenheid geboden om vragen te stellen. De vragen dienen beleidsmatig van aard, van politiek en/of van maatschappelijk belang en urgent te zijn in die zin dat zij geen uitstel tot schriftelijke beantwoording gedogen.
**2..** Het lid van de raad dat tijdens deze gelegenheid vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 24 uur voor aanvang van de vergadering schriftelijke bij de griffier. De griffier toetst de vragen aan de in lid 1 opgenomen criteria. Indien de vragen niet aan de criteria voldoen worden zij aangemerkt als schriftelijke vragen als bedoeld in artikel 39.
Bij twijfel overlegt de griffie met de voorzitter. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens de gelegenheid tot het stellen van vragen aan de orde worden gesteld.
**3..** Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het college of de burgemeester te stellen en een toelichting daarop te geven.
Hoofdstuk 4
Artikel 40
Gelegenheid tot het stellen van vragen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad 2010