**1..** Voor zover de belasting wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder a, moet de belasting gelijktijdig met de aangifte aan de in artikel 231, tweede lid, onderdeel c, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar worden betaald.
**2..** Voor zover de belasting wordt geheven bij wege van aanslag als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onder b, moet de aanslag, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden betaald binnen 2 maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet.
**3..** Voor zover een voorlopige aanslag wordt opgelegd als bedoeld in artikel 10, tweede lid, moet de aanslag, in afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 worden betaald uiterlijk 2 maanden na dagtekening van het aanslagbiljet.
**4..** De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 13
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2019