Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf

Artikel 2:4

(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg

Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Velsen 2019

1.. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, de aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg. 2.. De vergunning wordt verleend: als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit is bepaald dat het is verboden is om een dergelijk werk of dergelijke werkzaamheden uit te voeren zonder omgevingsvergunning; of door het college in de overige gevallen. 3.. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht. 4.. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening. 5.. Op de aanvraag om een vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Rechtspraak bij dit artikel