Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende ten gevolge van:
de weigering van burgemeester en wethouders een omgevingsvergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 11 van deze verordening te verlenen, of,
voorschriften door burgemeester en wethouders verbonden aan een omgevingsvergunning tot wijziging, afbraak of verwijdering van een gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 11 van deze verordening,
kosten maakt of schade lijdt, die redelijkerwijs niet of niet geheel voor zijn rekening behoren te komen, kennen burgemeester en wethouders hem op zijn verzoek of uit eigen beweging een naar billijkheid te bepalen vergoeding toe, voor zover niet op andere wijze in een redelijke vergoeding is of kan worden voorzien.