** 1. .** De belanghebbende die een vermogen heeft dat lager is of gelijk is aan het vrij te laten vermogen conform artikel 34, derde lid, heeft geen vermogen.
** 2. .** In afwijking op het eerste lid wordt voor aanvragen uit artikel 3, derde lid en artikel 4 van deze beleidsregel tegoeden op bankrekeningen aangewend om genoemde kosten te betalen. Hierbij wordt een bedrag gelijk aan anderhalf maal de van toepassing zijnde bijstandsnorm vrijgelaten.
** 3. .** Voor het vermogen wordt in afwijking van de wet bij de bepaling ervan het vermogen verbonden in een door belanghebbende zelf bewoonde woning, niet meegewogen.
** 4. .** Het vermogen in een auto of motor wordt tot een waarde van € 3500,-- aangemerkt als een algemeen gebruikelijk goed.
Hoofdstuk I.
Artikel 7.
Draagkracht uit vermogen
Onderdeel van Beleidsregel draagkracht bijzondere bijstand en minimabeleid 2019