Onverminderd het bepaalde in artikel 9 kan het college een vergunning voor een vaste standplaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of degene die hem bijstaat:
het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt;
zich in relatie tot de uitoefening van het bedrijf schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet;
van de plaats gebruik maakt, strijdig met het doel waarvoor zij is bestemd;
ter verkrijging en behoud van de vergunning onjuiste dan wel onvolledige gegevens heeft verstrekt;
op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan vergunning is vereist;
meer dan eens de regelgeving die betrekking heeft op de te verkopen producten overtreedt,
de marktmeester belemmert in de uitoefening van diens taak dan wel de door de marktmeester gegeven aanwijzingen niet naleeft.
HOOFDSTUK III
Artikel 12
Intrekking en schorsing vaste standplaatsvergunning
Onderdeel van Verordening op de warenmarkten gemeente Alphen aan den Rijn 2009