Alle begrippen in deze verordening die niet nader omschreven worden hebben dezelfde betekenis als binnen de Wmo en de Awb. In deze verordening wordt verstaan onder:
algemeen gebruikelijke voorziening: Een voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet veel duurder is dan vergelijkbare producten;
algemene voorziening: Een algemene voorziening als bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet;
beleidsregels: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Leusden 2019;
beroepskracht: Natuurlijke persoon die beroepsmatig werkzaam is voor een aanbieder of als aanbieder zelfstandig werkzaam (zzp) en zodanig gekwalificeerd;
besluit: Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Leusden;
bijdrage in de kosten: Bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid, van de wet;
budgetperiode: de periode waar een pgb betrekking op heeft;
cliënt: Persoon die gebruik maakt van een algemene voorziening of aan wie een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget is verstrekt of die namens zichzelf of via een ander een melding doet voor een gesprek over diens ondersteuningsbehoeften op het gebied van de zelfredzaamheid, participatie in de samenleving of beschermd wonen en opvang;
cliëntondersteuning: Onafhankelijke cliëntondersteuning conform artikel 1.1.1 van de wet: Gratis ondersteuning met informatie, advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan het versterken van de zelfredzaamheid en participatie en het verkrijgen van een zo integraal mogelijke dienstverlening op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg, zorg, jeugdzorg, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen;
college: College van burgemeester en wethouders van de gemeente Leusden;
hulpvraag: Behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet;
ingezetene: Cliënt die hoofdverblijf heeft in de gemeente Leusden (conform het landelijk ingezetene criteria);
gebruikelijke hulp: Hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten;
langdurig noodzakelijk: Een roerende voorziening (zaak) wordt pas verstrekt als deze tenminste 6 maanden nodig is;
maatwerkvoorziening: Een op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen. Deze voorziening kan in natura of door middel van een Persoonsgebonden budget worden verstrekt. Ten behoeve van:
zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen,
participatie, daaronder begrepen het daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere maatregelen,
beschermd wonen, te verstrekken door het college van de gemeente naar keuze (waarbij de toegang is belegd bij de centrale toegang in Amersfoort),
opvang, te verstrekken door het college van een gemeente naar keuze (waarbij de toegang is belegd in Amersfoort),
welke aan een individu verstrekt wordt op basis van een beschikking waartegen bezwaar en beroep mogelijk is;
mantelzorg: Zorg ten behoeve van zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen of opvang, rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie (aan een hulpbehoevende persoon uit diens directe omgeving) en niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep;
mantelzorger: Een persoon die mantelzorg verleent;
melding: De mededeling aan het college door of namens een persoon dat behoefte heeft aan maatschappelijke ondersteuning;
onverwijld: Zo spoedig mogelijk, doch in ieder geval binnen drie werkdagen;
opvang: Onderdak en begeleiding voor personen die de thuissituatie hebben verlaten, al dan niet in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, en niet in staat zijn zich op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk te handhaven in de samenleving;
persoonlijk plan: Plan waarin de omstandigheden van de cliënt (en zijn huishouden), bedoeld in artikel 2.3.2, vierde lid, onderdelen a tot en met g van de wet, worden beschreven. Hierin staat naar mening van de cliënte welke maatschappelijke ondersteuning noodzakelijk is;
PGB: Persoonsgebonden budget. Het bedrag waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van derden heeft betrokken;
sociale netwerk: Personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt;
uitvoeringsbesluit: Het voor de betreffende periode rechtsgeldige Uitvoeringsbesluit Wmo;
voorliggende (collectieve) voorziening: Een voorziening die normaal in de maatschappij aanwezig is, individueel kan worden aangevraagd en verstrekt, maar beschikbaar en bedoeld is voor iedereen die daar behoefte aan heeft;
wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;
zaak: een voorwerp/ding, hiermee worden met name woonvoorzieningen en hulpmiddelen bedoeld.