Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 12.

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Gemeente Leusden 2019

1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2.. Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag gemaakt heeft en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was. 3.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor een voorziening wordt bepaald aan de hand van de door de cliënt ingediende specificatie als onderdeel van het persoonlijk plan (PP) en aan de hand van en tot het maximum van de kostprijs van de in de situatie van de cliënt goedkoopst compenserende voorziening in natura en is toereikend voor de aanschaf daarvan. Het college kan een format voor dit persoonlijk plan (uitvoeringsplan) vaststellen, voor beschermd wonen wordt er een uitvoeringsplan vastgesteld in de “beleidsregel beschermd wonen”. 4.. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld voor: een zaak: op basis van de kostprijs van de zaak die de cliënt zou hebben ontvangen als deze zaak in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten; Huishoudelijke hulp, te onderscheiden typen individuele begeleiding en te onderscheiden typen groepsbegeleiding en dagbesteding (met en zonder vervoer), voor algemeen dagelijkse levensverrichtingen (ADL) en voor respijtverblijf voor volwassenen, door: Professionals in dienst van een instelling: per uur of per resultaat op basis van 90% van het toepasselijke tarief dat hiervoor zou worden gehanteerd door een gecontracteerde aanbieder voor het betreffende onderdeel. Professionals werkzaam als zelfstandigen: per uur of per resultaat op basis van 75% van het toepasselijke tarief dat hiervoor zou worden gehanteerd door een gecontracteerde aanbieder voor het betreffende onderdeel Niet professionals en/of een persoon die behoort tot het sociale netwerk: per uur of per resultaat op basis van 50% van het toepasselijke tarief dat hiervoor zou worden gehanteerd door een gecontracteerde aanbieder voor het betreffende onderdeel, met inachtneming van het wettelijk minimumloon Beschermd wonen: op basis van het voor de cliënt van toepassing zijnde arrangement en een indicatie in uren. De hoogte van het pgb wordt vastgesteld op basis van de geïndiceerde uren en bedraagt bij professionals in dienst van een instelling 90% van het zorginstellingstarief. Bij deze berekening wordt uitgegaan van een all-in tarief. Voor de pgb BW berekening worden bij de arrangementen twee zorginstellingstarieven gehanteerd gerelateerd aan verschillende functieniveaus. Indien sprake is van overgangsrecht, als bedoeld in artikel 29 lid 3, geldt een tarief van 75%. Indien de cliënt met een indicatie voor beschermd wonen zijn hoofdverblijf heeft of zal hebben in accommodatie die voldoet aan de daarvoor geldende eisen bedoeld in artikel 10, lid 6 van de verordening, kan het college een wooninitiatieventoeslag verstrekken. 5.. De hoogte van het persoonsgebonden budget voor dienstverlening (zoals bedoeld in Lid 4 onder b.) is gebaseerd op de tarieven van zorg in natura, en/of de overeengekomen (uur)tarieven in natura welke als basis dienen voor de ingekochte arrangementen, zoals vastgesteld door het college en opgenomen in het financieel besluit. Bij de berekening gaat de gemeente uit van een all- inn tarief. 6.. De verschillende vaststellingen leiden tot maximaal mogelijke pgb-tarieven. Het werkelijk toe te kennen pgb wordt afgestemd op de ondersteuningsbehoefte, dat volgt uit het plan van aanpak en de hiermee samenhangende kosten. 7.. Een cliënt ten behoeve van wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, kan geen diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, tenzij volgens afwegingscriteria een duidelijke meerwaarde is aangetoond. In voorkomend geval: krijgt deze persoon een lager tarief betaald voor zijn diensten dan door het college in het Besluit vastgestelde tarief. Dit lagere tarief bedraagt 50% van het vastgestelde tarief voor het betreffende onderdeel , met inachtneming van het wettelijk minimumloon. mogen tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het persoonsgebonden budget worden betaald. 8.. Een cliënt ten behoeve van wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, dient gebruik te maken van de modelzorgovereenkomst van de SVB. 9.. Een persoonsgebonden budget dient door de cliënt binnen zes maanden na toekenning te worden aangewend ten behoeve van het resultaat waarvoor het is verstrekt, tenzij hierover met het college afspraken zijn gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel