Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat aan de beheerder het verlof tot begraven is overgelegd of, in geval van het begraven van een foetus, een doktersverklaring waaruit blijkt dat de begraving een foetus betreft.
Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet.
Begraving of bijzetting in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met tenminste 10 jaar. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende.
De beheerder onderzoekt of de overgelegde stukken toereikend zijn.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 8.
Over te leggen stukken
Onderdeel van Rectificatie Beheersverordening gemeentelijke begraafplaats 2019