Naar hoofdinhoud
1.. In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, lid 1, van het Besluit houders van dieren; 2.. De belasting wordt niet geheven voor honden: die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden; die zijn opgeleid tot en dienen als gehandicaptenhond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden; boven het getal van 2 die verblijven in een hondenasiel; die uitsluitend ten verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, lid 1, van het Besluit houders van dieren; die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij tezamen met de moederhond worden gehouden; waarvan de houder woonachtig is in het gebied dat is gelegen buiten de bebouwde komgrenzen, overeenkomstig de begrenzing die daaraan is gegeven ingevolge artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994. Dit betreft het gebied dat is gelegen buiten de rode omlijning op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaarten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel