**1..** De omschrijvingen in artikel 30 van de Wet op de kansspelen zijn eveneens van toepassing op de in deze Paragraaf genoemde begrippen.
**2..** In deze Paragraaf wordt verstaan onder:
wet: de Wet op de kansspelen;
speelautomaat: een toestel als bedoeld in artikel 30, onder a, van de wet;
behendigheidsautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder b, van de wet;
kansspelautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de wet;
hoogdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de wet;
laagdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de wet;
aanwezigheidsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30b, eerste lid van de wet;
speelautomatenhal: een inrichting, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder b, van de wet;
ondernemer/exploitant: de natuurlijke of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert;
beheerder/bedrijfsleider: de natuurlijke persoon of personen die met het dagelijks toezicht en de onmiddellijke of feitelijke leiding in de speelautomatenhal zijn belast.
HOOFDSTUK 4 › Paragraaf
Artikel 4.2.1.1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Omgevingsverordening 2019