Naar hoofdinhoud
1.. In de gevallen als bedoeld in artikel 5, eerste lid, is het marktgeld verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar door opzegging eindigt, bestaat aan-spraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van het voor dat jaar verschuldigde markt-geld als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblij-ven. 4.. Indien de belastingplichtige aantoont dat hij ten gevolge van overmacht gedurende een aaneen-gesloten periode van tenminste vier opeenvolgende weken de ter beschikking gestelde plaats niet heeft kunnen innemen en hij gedurende die periode de standplaats niet door een ander heeft laten innemen, wordt op verzoek ontheffing verleend voor een kalendermaand over elke volle vier opeenvolgende weken waarin van de vaste plaats geen gebruik kan worden gemaakt. 5.. In de gevallen, anders dan die bedoeld in artikel 5, lid 1, is het marktgeld verschuldigd bij aan-vang van het gebruik van de marktplaats.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel