De wettelijke definities uit artikel 1.1 van de Erfgoedwet gelden onverkort voor de begrippen die gebruikt worden in deze verordening, nu deze verordening berust op artikel 3.16 van de Erfgoedwet en derhalve in samenhang met de Erfgoedwet moet worden gelezen. Artikel 1 van deze verordening bevat daarom uitsluitend de begrippen waarvan de definitie moet worden omschreven of die kortheidshalve zijn gegeven en die niet reeds (in deze vorm) in artikel 1.1 van de Erfgoedwet zijn gegeven.
In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt, tenzij anders is bepaald, verstaan onder:
belanghebbende(n) en zakelijk gerechtigde(n): degenen, die in de kadastrale registers als eigenaren en zakelijk gerechtigden van een monument zijn ingeschreven;
bouwhistorisch onderzoek: een in een schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis, de bouwhistorische waarden en de cultuurhistorische waarden conform de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek 2009 van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de Rijksgebouwendienst;
cultuurhistorisch waardevol(le) element(en): elementen zoals stoepen, muren of hekwerken die uit oogpunt van cultuurhistorie een kenmerkend onderdeel vormen van de historische bebouwing en vanwege de architectuur, vormgeving, locatiegebonden situering en/of streekeigen materialisering beeldbepalend zijn voor de directe omgeving;
gemeentelijke adviescommissie: de op basis van artikel 15 Monumentenwet 1988 ingestelde gecombineerde welstands- en monumentencommissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, deze verordening en het monumentenbeleid;
gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister;
erfgoedthema’s van Oirschot: De vijf in de erfgoednota Oirschot 2018-2028 ‘Erfgoed als identiteit’, vastgesteld door de raad van de gemeente Oirschot op 30 januari 2018, opgenomen erfgoedthema’s die bijdragen aan de erfgoedidentiteit van gemeente Oirschot, namelijk: religieus Oirschot, militair Oirschot, bestuurlijk Oirschot, ambachtelijk Oirschot, landschappelijk en agrarisch Oirschot;
minister: Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;
omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;
plaats van herinnering: een terrein, object of onroerend goed, dat verwijst naar een verhaal of gebeurtenis van lokaal cultuurhistorisch belang, dat onderdeel is van de plaatselijke collectieve herinnering en bijdraagt aan de zichtbaarheid en beleving van de erfgoedthema’s van Oirschot;
redengevende beschrijving: een beschrijving van de op dat moment bestaande situatie van het exterieur en interieur van een monument met daarin opgenomen een waardestelling volgens de waarderingscriteria voor bouwkunst;
restauratie: werkzaamheden die het normale onderhoud te boven gaan en noodzakelijk zijn voor herstel van de monumentale waarden;
dorpsgezichten: een gebied bestaande uit een groep van onroerende zaken, die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde. De onderlinge samenhang kan gevormd zijn uit elementen zoals gebouwen, wegen, pleinen, bruggen, dijklichamen, waterwegen, bomen en groenstructuren;
waarderingscriteria voor bouwkunst: cultuurhistorische waarden, architectuur- en kunsthistorische waarden, situationele- en ensemblewaarden, gaafheid en herkenbaarheid, zeldzaamheid.
Artikel 1.