Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

AUTORISATIE BEGROTING, INVESTERINGSKREDIETEN EN BEGROTINGSWIJZIGINGEN

Onderdeel van FINANCIELE VERORDENING GEMEENTE PURMEREND 2018

1.. De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de totale lasten en de totale baten per programma- en beleidsveld, de overzichten van algemene dekkingsmiddelen, de overhead, vennootschapsbelasting en onvoorzien en de toevoegingen en onttrekkingen per programma- en beleidsveld en het resultaat. 2.. Bij de begroting worden jaarlijks twee lijsten overlegd: een lijst met (vervangings-) investeringen en een lijst met voorgenomen investeringen. De jaarlijkse lasten die voortvloeien uit deze investeringen zijn verwerkt in de programmabegroting. Voor de lijst met vervangingsinvesteringen geldt dat de raad wordt gevraagd deze expliciet bij de vaststelling van de begroting goed te keuren. Voor de lijst met voorgenomen investeringen wordt een afzonderlijke kredietaanvraag aan de raad aangeboden. 3.. Bij de behandeling van de tussentijdse rapportage in de raad bedoeld in artikel 6, lid 1, doet het college voorstellen voor het wijzigen van de baten en lasten van de programma's en beleidsvelden zoals geautoriseerd in de begroting, het wijzigen van de geautoriseerde investeringskredieten en het bijstellen van het beleid. Voor overschrijdingen van de investeringskredieten kleiner dan 3% worden geen kredietverhogingen voorgelegd. Bij een overschrijding van 3% en/of een materiële overschrijding van groter dan € 100.000 moet een aanvullende kredietaanvraag aan de raad ter goedkeuring worden voorgelegd. 4.. Voor investeringen die niet in de begroting zijn opgenomen, legt het college een investeringsvoorstel en een voorstel voor het autoriseren van een investeringskrediet aan de raad voor alvorens verplichtingen worden aangegaan. ARTIKEL 6 TUSSENTIJDSE RAPPORTAGE 1.. Het college informeert de raad twee maal per jaar door middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente van het lopende jaar. De rapportages geven inzicht in inhoudelijke alsmede financiële afwijkingen. Afwijkingen als gevolg van structurele effecten die in het voorgaande jaar zijn gebleken worden vermeld in de kaderbrief. 2.. De tussentijdse rapportage wordt in september en november van het lopende begrotingsjaar aan de raad aangeboden. Het betreft respectievelijk de zes- en negenmaands rapportage. 3.. De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de programma- en beleidsveldindeling van de begroting. 4.. ln de tussentijdse rapportage worden afwijkingen groter dan 3% en/of afwijkingen groter dan € 100.000 op investeringskredieten en afwijkingen groter dan € 100.000 op de raming van de baten en lasten per beleidsveld toegelicht. 5.. De tussentijdse rapportage bevat een uiteenzetting over de uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht met de bijgestelde raming van: de baten en lasten per programma- en beleidsveld; het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen, de overhead, de vennootschapsbelasting, en onvoorzien; het resultaat voor bestemming volgend uit de onderdelen a en b; de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves; het resultaat na bestemming, volgend uit de onderdelen c en d; de (geprognoticeerde) stand van de algemene reserve. 6.. Naast de aspecten die directe financiële bijstelling vragen gaat de rapportage in op: de eventuele bijstelling van de planning van aan de raad aan te bieden bestuurlijke producten; een nadere toelichting op de stand van zaken met betrekking tot de risico's en onzekerheden zoals aangegeven in de begroting.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel