Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Melding werkzaamheden

Onderdeel van Telecommunicatieverordening Bronckhorst

1. Voor de melding maakt de aanbieder gebruik van een daar­toe door het college vastgesteld formulier. 2. Bij de melding verstrekt de aanbieder in ieder geval de volgende gegevens: de door de Onafhankelijke Post en Telecommunicatie Au­toriteit afgegeven registratie; een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel; naam, adres en telefoonnummer van degene die de kabel in eigendom heeft, degene die de kabel beheert en degene die de kabel exploiteert; een opgave van de soort kabel en het beoogde ge­bruik; welke belanghebbenden en instanties vooraf in kennis worden gesteld van de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en de aard van de werkzaamheden; een uitvoeringsplan met daarin opgenomen: 3. - een opgave van het gewenste tracé; - een opgave van de objecten die ten tijde van de werk­zaamheden worden geplaatst, alsmede van de situering daarvan; - een omschrijving van eventuele opbrekingen; - de doorsnede van de kabel of kabelgoot; - de lengte en breedte van de kabelsleuf; - de maatregelen voor de bereikbaarheid van in de open­bare gronden aanwezige kabels en lei­dingen; - het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëin­diging van de werkzaamheden; - naam, adres en telefoonnummer van de aanne­mer(s) of onderaannemers(s) die belast is (zi­jn) met de werk­zaamheden en van een con­tactpersoon ten tijde van de uitvoering van de werkzaamheden. 4. Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een andere gedoogplichtige dan de gemeente, wordt uiterlijk vier weken na ontvangst van de melding, als ge­noemd in het eerste lid, het college schriftelijk in kennis ge­steld van de uitkomsten van het overleg tussen de aanbieder en de andere gedoogplichtige. 5. Het college kan nadere regels stellen inzake de gegevens die bij de melding worden verstrekt.

Rechtspraak bij dit artikel