**1..** De belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren.
**2..** De belasting genoemd in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van aanslag en moet, in tegenstelling tot artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990, worden betaald uiterlijk zes weken na dagtekening van het aanslagbiljet.
**3..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet de belasitng overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen dertig dagen na het einde van het parkeren, als het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.
**4..** In afwijking in zoverre van het tweede lid geldt ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen parkeervergunning meer is dan € 100,00 doch minder dan € 10.000,00 en het totaalbedrag van dat aanslagbiljet door middel van automatische incasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kan worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
**5..** Een naheffingsaanslag moet binnen twee weken na dagtekening van het naheffingsaanslagbiljet worden betaald.
**6..** De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.
Artikel 6