Naar hoofdinhoud
1. . De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, bedraagt per eigendom per belastingjaar € 98,51. 2. . De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, bedraagt per eigendom per belastingjaar € 353,38. 3. . De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, bedraagt per eigendom dat wordt gebruikt door: één persoon € 62,13; twee personen € 124,25; drie of meer personen € 186,38 per belastingjaar. 4. . De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel d, bedraagt per eigendom per belastingjaar voor iedere eenheid van 250 m3 afgevoerd water € 192,70. 5. . Voor de toepassing van het derde lid is beslissend de gebruikssituatie op 1 januari van het belastingjaar of, wanneer de belastingplicht later aanvangt, de gebruikssituatie bij aanvang van de belastingplicht. 6. . Voor de toepassing van het vierde lid wordt de hoeveelheid afgevoerd water boven 10.250 m3 buiten de heffing gelaten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel