Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
“dag” : kalenderdag;
“dagtarief” : het tarief dat wordt geheven wanneer men binnen 24 uur na aankomst wenst af te meren of door te varen;
“dagvignet” : het bewijs van betaling van het dagtarief waarop staat aangegeven op welke dag of tot wanneer men gerechtigd is af te meren in het openbaar water;
“haven” : het IJ, het Buiten IJ, het Noordzeekanaal en het Amsterdam-Rijnkanaal en alle daarop uitkomende wateren tot de begrenzing zoals weergegeven op de bij deze verordening behorende kaart in bijlage 1;
“jaar” : kalenderjaar lopende van 1 januari tot en met 31 december;
“jaartarief” : tarief dat wordt geheven wanneer belastingplichtige gedurende het kalenderjaar of een gedeelte daarvan voor langere tijd en/of meermalen wenst af te meren in Amsterdam;
“jaarvignet” : vignet waarmee kan worden vastgesteld of voor het pleziervaartuig waarop het is bevestigd het verschuldigde binnenhavengeld is voldaan;
“openbaar water” : alle wateren gelegen binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam die al of niet met enige beperking voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn;
“pleziervaartuig” : een vaartuig dat in tijd nagenoeg geheel wordt gebruikt voor de niet-bedrijfsmatige varende recreatie;
“schipper” : degene die de feitelijke leiding over een pleziervaartuig voert;
“vaartuig” : een drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het dragen of vervoer te water van personen of goederen, of van al dan niet met het drijvende lichaam een geheel uitmakende voorwerpen.
Artikel 1.