In deze nadere regels wordt verstaan onder:
a. accommodatie voor beschermd wonen: een door de instelling bestemde ruimte voor het bieden van de noodzakelijke ondersteuning en bijbehorend toezicht, waaronder de ruimte die is bedoeld voor wonen. Onder noodzakelijk verblijf wordt de beschermende woonomgeving verstaan met (in overwegende mate) 24-uurs toezicht en beschikbaarheid van ondersteuning/begeleiding en zo nodig hotelmatige diensten die door de instelling in de accommodatie wordt geboden.
b. algemeen gebruikelijke voorziening: voorziening die niet speciaal is bedoeld voor mensen met een beperking en die algemeen verkrijgbaar is en niet of niet veel duurder is dan vergelijkbare producten;
c. algemene voorziening: een voorziening die wordt aangeboden door maatschappelijke organisaties en door de markt en die vrij toegankelijk is voor alle inwoners;
d. andere voorziening: voorziening anders dan in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en in het kader van de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen:
e. bijstandsnorm: de van toepassing zijnde norm op grond van artikel 20 tot en met 28 van de Participatiewet, exclusief vakantietoeslag;
f. cliënt: iemand die aanspraak maakt op zorg en ondersteuning in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en/of de Jeugdwet.
g. cliëntondersteuner: degene die de cliënt kosteloos ondersteunt door het geven van informatie en advies over vraagstukken van maatschappelijke ondersteuning en hulp bij het verkrijgen daarvan. Ook uitgebreide vraagverheldering en kortdurende ondersteuning bij het maken van keuzes op diverse levensterreinen maken deel uit van de taken van een cliëntondersteuner;
h. hulpvraag: behoefte aan maatschappelijke ondersteuning als bedoeld in artikel 2,3,2, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning en/of behoefte van een van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroeien opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de Jeugdwet;
i. individuele voorziening: op de jeugdige of zijn ouders toegesneden voorziening, als bedoeld in artikel 2, tweede lid, van de Jeugdwet;
j. instelling voor Opvang: een organisatie die een voorziening voor Opvang exploiteert of trajecten voor opvang uitvoert met subsidie van een gemeente of in opdracht van een gemeente
k. jeugdige en/of zijn ouder(s): de jeugdige (van 16 jaar of ouder) zelfstandig, de jeugdige met één of beide ouders (bij een jeugdige tussen de 12 en de 16 jaar), of de ouders namens de jeugdige (bij een jeugdige jonger dan 12 jaar);
l. 24-uurs verblijf of voltijd verblijf maatschappelijke opvang waaronder crisisopvang: een tijdelijk verblijf gedurende een volledig etmaal of langer, voor mensen die dakloos of thuisloos zijn en niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving. De 24-uurs voorziening omvat onderdak, slaapgelegenheid, begeleiding op diverse aspecten en eventueel voeding;
m. 24-uurs verblijf of voltijd verblijf vrouwenopvang waaronder crisisopvang: een tijdelijk verblijf gedurende een volledig etmaal of langer, al of niet op een geheim adres, voor vrouwen met of zonder hun kinderen in verband met risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld. De 24-uurs voorziening omvat onderdak, slaapgelegenheid, begeleiding op diverse aspecten en eventueel voeding;
n. maatwerkvoorziening: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon afgestemd geheel van diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning;
o. ouder: gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en opvoedt, niet zijnde een pleegouder;
p. overige voorziening: overige (vrij toegankelijke) voorziening, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Jeugdwet;
q. pgb: persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning en als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Jeugdwet, zijnde een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort van derden te betrekken;
r. voorliggende voorziening: algemene voorziening of andere voorziening waarmee aan de hulpvraag wordt tegemoetgekomen;
s. wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en Jeugdwet.
t. zak-en kleedgeld: de van toepassing zijnde normbedragen voor verblijf in een inrichting op grond van artikel 23, eerste en tweede lid, van de Participatiewet, exclusief vakantietoeslag
u. zorg in natura: zorg die via een gecontracteerde aanbieder wordt ingezet.
Hoofdstuk 1:
Artikel 1.
Begripsbepalingen
Onderdeel van Nadere regels Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Baarn 2019