Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2:

Artikel 2.8

Regels voor de berekeningswijze van de hoogte van een persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Baarn 2019

1. Er gelden verschillende berekeningswijzen voor de hoogte van de pgb-tarieven van producten en diensten. De verschillende berekeningswijzen leiden tot maximaal mogelijke pgb-tarieven. Het werkelijk toe te kennen pgb wordt afgestemd op de te maken kosten, die volgen uit het onder artikel 2.7A lid 3 sub a genoemde plan. 2. Het college draagt zorg voor: a) de vaststelling van de maximale pgb-tarieven volgens de in lid 3 a tot en met cbepaalde berekeningswijze en opname hiervan in het financieel besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Baarn. b) de publicatie van het financieel besluit maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Baarn. 3. De hoogte van een pgb wordt berekend in geval van: a) een zaak/ product: op basis van de kostprijs van de zaak/ het product die de cliënt zou hebben ontvangen als deze zaak/ dit product in natura zou zijn verstrekt en rekening houdende met een reële termijn voor de technische afschrijving en de onderhouds- en verzekeringskosten; b) hulp bij het huishouden: op basis van keuze uit twee pgb-tariefgroepen: a. uitgevoerd door professionals in dienst van een instelling per tijdseenheid: b. op basis van 100% van het door het college vastgestelde zorg in natura tarief voor het betreffende product/ dienst van gecontracteerde aanbieders dan wel op basis van het laagst toepasselijke tarief van een gecontracteerde aanbieder; c. uitgevoerd door particulieren: op basis van een tarief dat gebruikelijk is in de markt. c) te onderscheiden typen individuele begeleiding en te onderscheiden typen groepsbegeleiding en dagbesteding (met en zonder vervoer), voor algemeen dagelijkse levensverrichtingen (ADL) en voor respijtverblijf voor volwassenen: op basis van keuze uit drie pgb-tariefgroepen: a. uitgevoerd door professionals in dienst van een instelling per tijdseenheid: op basis van 100% van het door het college vastgestelde zorg in natura tarief voor het betreffende product/ dienst van gecontracteerde aanbieders; b. uitgevoerd door professionals niet in dienst van een instelling per tijdseenheid: op basis van 75% van het door het college vastgestelde zorg in natura tarief voor het betreffende product/ dienst van gecontracteerde aanbieders; c. uitgevoerd door niet-professionals per tijdseenheid: op basis van 50% van het door het college vastgestelde zorg in natura tarief voor het betreffende product/ dienst van gecontracteerde aanbieders.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel