1. Het gebruik van het collectief (openbaar) vervoer heeft het primaat als het de cliënt naar het oordeel van het college in voldoende mate in staat stelt tot participatie.
2. Een vervoersvoorziening wordt geweigerd indien de cliënt:
a) in het bezit is van een auto die hij gebruikt; en
b) bij het gebruik van de auto geen problemen ondervindt; en
c) de auto voorziet in de lokale vervoersbehoefte.
Hoofdstuk 3:
Artikel 3.6
Primaat vervoersvoorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Baarn 2019