1) De exploitant betaalt als bijdrage in de kosten, verband houdende met
het verlenen van medewerking aan het exploitatie brengen van gronden, het bedrag dat
volgens de in de begroting als bedoeld in artikel 3, tweede lid onder f uitgewerkte wijze aan zijn
onroerende zaak wordt toegerekend, vermeerderd met de kosten op de afstand van de gronden
bestemd voor de aanleg en/of aanpassing van voorzieningen van openbaar nut vallende en de
kosten van kadastrale uitmeting, en verminderd met de inbrengwaarde van de bij de exploitant
in eigendom zijnde en voor exploitatie bedoelde gronden en van de gronden welke zijn bestemd voor
het treffen van voorzieningen van openbaar nut en door exploitant aan de gemeente
worden afgestaan. 2) De waarde van de in het eerste lid bedoelde grond
die door de exploitant is ingebracht, wordt door de gemeente en de exploitant gezamenlijk door middel van taxatie
vastgesteld. Indien hierover geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt deze waarde vastgesteld door
een commissie van drie deskundigen, van wie één aan te wijzen door de gemeente, één door de
exploitant en een derde door de beide reeds aangewezen deskundigen of indien zij het daarover niet
eens kunnen worden, door de ter zake bevoegde kantonrechter. 3) Indien de exploitant zelf conform
artikel 6, derde lid, onder e voorzieningen van openbaar nut aanlegt, bestaat de exploitatiebijdrage uit de bijdrage zoals deze op
de grond van het eerste lid van dit artikel wordt bepaald, verminderd met de kosten van de door de
exploitant uit te voeren werkzaamheden, voor zover deze kosten corresponderen met de begroting
van kosten zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder f.
HOOFDSTUK 2
Artikel 5
Vaststelling exploitatiebijdrage
Onderdeel van verordening houdende de voorwaarden waaronder de gemeente medewerking zal verlenen aan het in exploitatie brengen van gronden