Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Algemene wet bestuursrecht;
periodieke subsidie: de subsidie die van jaar tot jaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt ten behoeve van voortdurende activiteiten;
incidentele subsidie: de in beginsel eenmalige subsidie voor een bepaald bijzonder project;
subsidieverlening: de beschikking tot de verlening van een subsidie waarbij een omschrijving van de uit te voeren activiteiten, de maximale hoogte en eventuele subsidievoorwaarden en -verplichtingen wordt meegedeeld;
subsidievaststelling: de beschikking tot de vaststelling van een subsidie waarbij het bedrag van de subsidie wordt vastgesteld en die aanspraak geeft op betaling van het vastgestelde bedrag;
subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van (een) subsidie(s);
bijzondere subsidieverordening: de door de raad vastgestelde verordening voor een subsidie of een groep van subsidies;
bestemmingsreserve: de reserve van de gesubsidieerde rechtspersoon waaraan een concrete bestemming is verbonden;
egalisatiereserve: de reserve van de gesubsidieerde rechtspersoon bestemd voor het dekken van exploitatierisico’s;
werkplan: het schriftelijk overzicht van de aanvrager, waarin voor het komende jaar een beschrijving en motivering wordt gegeven van de aard en de omvang van de door de aanvrager te ondernemen activiteiten en de daarmee beoogde doelstellingen;
jaarrekening: de jaarrekening bestaat uit de balans, exploitatierekening en toelichting balans en exploitatierekening;
boekjaar: kalenderjaar, tenzij met de subsidie-ontvanger een andere periode is overeengekomen.
HOOFDSTUK 1
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene subsidieverordening Amstelveen 2006