In deze nota wordt verstaan onder:
Awb: Algemene wet bestuursrecht.
Bank: Zie Financiële ondernemingen.
Daggeld ofwel callgeld: Aangetrokken geld voor één dag.
Het college: Het college van burgemeester en wethouders van de Gemeente Alphen aan den Rijn.
Europese Economische Ruimte: De lidstaten van de Europese Unie uitgebreid met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.
Financiële instelling/onderneming: Banken en de overige financiële instellingen/ondernemingen zoals kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen.
Het gaat hier om een onderneming die in een lidstaat (EU of EER) het bedrijf van kredietinstelling mag uitoefenen, beleggingsdiensten mag verlenen, beleggingsinstellingen mag beheren, rechten van deelneming in een beleggingsmaatschappij mag aanbieden, of het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen. (terminologie in artikel 1.1 van de Wet financieel toezicht.)
Financierin: Het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar. Deze middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen als vreemd vermogen.
Geldstromenbeheer: Al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).
Intern liquiditeitsrisico: De risico’s van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.
Kasgeldleningen: Kasgeldleningen zijn niet-verhandelbare leningen voor een vast bedrag en een vaste periode - van maximaal 1 jaar - en tegen een vooraf overeengekomen rentepercentage.
Kasgeldbeheer: Onder kasgeldbeheer valt het rekeningenbeheer en het beheer van de financiële posities met een looptijd tot 1 jaar.
Kasgeldlimiet: Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar.
Kredietlimiet: Kredietlimiet op de rekening courant betreft de mogelijkheid debet (“rood”) te staan op de rekening courant tegen vooraf overeengekomen condities.
Kredietrisico: De risico’s op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit.
Liquiditeitenbeheer: Het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar.
Liquiditeitenplanning: Een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid.
Onderhandse lening: Leningovereenkomst waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg worden vastgesteld. Dit is de gewone, meest gebruikelijke vorm van lening, afgesloten buiten de beurs om.
Rating: De inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier.
Rentecompensatiecircuit: Dit is een systeem waarbij de (valutaire) debet- en creditsaldi van alle bankrekeningen van een organisatie worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend.
Renterisico: Het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen.
Renterisiconorm: Een bedrag ter grootte van een bij de Wet fido gefixeerd percentage van het begrotingstotaal van een bepaald jaar van de gemeente. De aflossingen en renteherzieningen van de bestaande leningenportefeuille mogen op jaarbasis deze norm niet overschrijden.
Rentetypische looptijd: Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare, constante rentevergoeding.
Rentevisie: Toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling.
Saldobeheer: Het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen.
Schatkistbankieren: Schatkistbankieren voor decentrale overheden. De wet (verplicht) Schatkistbankieren bepaalt dat decentrale overheden hun overtollige liquide middelen moeten aanhouden bij het ministerie van Financiën.(.
Treasuryfunctie: De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer.
Tussenpersonen: Tussenpersonen hebben een intermediairfunctie bij het afsluiten van financiële transacties en vallen niet onder de “tegenpartijen”.
Uitzetting: Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar of langer.
Wet fido en regeling UFDO: Wet en uitvoeringsbesluit uit 2000, houdende bepalingen inzake het financieringsbeleid van openbare lichamen (Wet financiering decentrale overheden) en de uitvoering hiervan.
Zekerheden: Zekerheidsrechten die door de gemeente, in het kader van een verzoek om lening of garantie, van de aanvrager gevraagd kunnen worden om het risicoprofiel van de verzochte steun te verlagen. Bij voorbeeld hypotheekrechten, pandrechten en borgstelling door derden.
Hoofdstuk
Artikel 1
Begrippen
Onderdeel van Nota Treasury, leningen en garanties Gemeente Alphen aan den Rijn