1. Burgemeester en wethouders stellen de lig- en standplaatsen vast.
2. Burgemeester en wethouders kennen nummeraanduidingen toe aan verblijfsobjecten, lig- en standplaatsen.
3. Zij bepalen de afbakening van panden, verblijfsobjecten, lig- en standplaatsen.
4. De toekenning of afbakening, bedoeld in het tweede en derde lid, kan ook op voor personen toegankelijke objecten, niet zijnde verblijfsobjecten[, dan wel of op afgebakende terreinen] worden toegepast.
5. Onder vaststellen, toekennen en bepalen als bedoeld in het eerste tot en met vierde lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken daarvan.