Naar hoofdinhoud
1.. Advisering vanuit de ambtelijke organisatie vindt op een deskundige en integrale wijze plaats op zowel beleidsmatig als op het terrein van de bedrijfsvoering (middelen), waarbij ten aanzien van elk advies dat aan een lid van het college (portefeuillehouder) en/of de directie wordt voorgelegd geldt dat: de informatie volledig is; de argumentatie in overeenstemming met de feiten is; de risico’s en kanttekeningen volledig en duidelijk zijn geduid; indien mogelijk alternatieven zijn aangegeven. 2.. Inhoudelijke advisering aan de portefeuillehouder en het management is de bevoegdheid van de voor het taakveld of product verantwoordelijke medewerker. Het is de verantwoordelijkheid van de portefeuillehouder om de overige leden van het college te adviseren. 3.. Als een onderwerp tevens het taakveld van één of meer andere teams raakt of er coördinatiebehoeften of mogelijkheden bestaan, draagt de steller zorg voor overleg met dat andere team. Dit overleg moet bij voorkeur resulteren in een eensluidend advies. Wanneer de teams respectievelijk domeinen van mening verschillen over een bepaald onderwerp, bespreken eerst de betrokken concerndirecteuren onderling het vraagstuk om als nog tot een eensluidend advies te komen. Mocht dit niet tot een eensluidend advies leiden, dan komt een advies met de diverse visies en argumenten via de verantwoordelijke domeindirecteur(en) ter tafel van de concerndirectie. 4.. De concerndirecteur draagt zorg voor regelmatig overleg met de betrokken portefeuillehouders over de aan het domein toebedeelde taakvelden en producten. 5.. Ten aanzien van aangelegenheden waarvan zij dat wenselijk acht geeft het college een bestuursopdracht, waarbij in ieder geval wordt ingegaan op: de probleemstelling; het beoogde resultaat van de opdracht; de verhouding tot het collegeprogramma c.q. bestuurlijke uitgangspunten; het primaathouderschap en de inschakeling van andere afdelingen; de inschakeling van externe instanties; een raming van de beschikbaar te stellen financiële middelen en ambtelijke capaciteit; het fasegewijs tot stand brengen van de beleidsvorming; de procedure van besluitvorming; de termijnen; de overige bevoegdheden. 6.. Wanneer naar het oordeel van het directieteam een aangelegenheid naar aard of omvang daartoe aanleiding geeft, legt de gemeentesecretaris dat aan het college voor ter beoordeling van de vraag of een bestuursopdracht dient te worden voorbereid. De teammanagers kunnen hierover voorstellen indienen bij de concerndirecteur.

Rechtspraak bij dit artikel