Bij een subsidie vanaf € 50.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:
bij een projectsubsidie, uiterlijk 13 weken nadat de activiteit moest zijn uitgevoerd of, indien dat eerder is, 13 weken na uitvoering van de activiteit;
bij een boekjaarsubsidie, uiterlijk vóór 1 mei in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 4 maanden na het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend.
De aanvraag tot vaststelling bevat:
een activiteitenverslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen is voldaan;
een financieel verslag met toelichting, waarin in elk geval is opgenomen:
1° een opgave van het bedrag van de werkelijk gemaakte en betaalde kosten;
2° een opgave van het bedrag van de gerealiseerde opbrengsten, met inbegrip van bijdragen van derden en een opgave van het bedrag van de gerealiseerde eigen bijdrage.
De subsidieontvanger is verplicht het financieel verslag te onderwerpen aan een onderzoek van een registeraccountant of een Accountant-Administratieconsulent ten aanzien van wie in het accountantsregister een aantekening is geplaatst als bedoeld in artikel 36, tweede lid, onderdeel i, van de Wet op het accountantsberoep.
De aanvraag tot vaststelling gaat vergezeld van een controleverklaring van de onderzoeker als bedoeld in het derde lid, die ten minste bevat:
een vermelding op welk project het onderzoek betrekking had en welke wettelijke voorschriften en verplichtingen op dat project, in het bijzonder op de verstrekte subsidie voor dat project, toepasselijk waren;
een beschrijving van de reikwijdte van het onderzoek, waarin ten minste wordt vermeld welke richtlijnen voor het onderzoek in acht zijn genomen;
een vermelding van de gebleken tekortkomingen naar aanleiding van het onderzoek;
een oordeel over de verenigbaarheid van het activiteitenverslag als bedoeld in het tweede lid, onder a, met de projectadministratie.
In afwijking van het tweede lid tot en met vierde lid, kan het college in de beschikking tot subsidieverlening of in nadere regels als bedoeld in artikel 3, derde lid, bepalen dat de subsidieontvanger op een andere wijze kan aantonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht en dat voldaan is aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.
Indien voor het in het eerste lid bedoelde tijdstip geen volledige aanvraag tot subsidievaststelling is ontvangen, wordt de subsidieontvanger eenmalig gerappelleerd. Indien binnen zes weken na dat rappel nog geen volledige aanvraag tot subsidievaststelling is ontvangen, stelt het college de subsidie ambtshalve vast.
Artikel 16