De omvang van het huishouden van woningzoekende moet passen bij de grootte van de woonruimte.
Voor de verhouding tussen het aantal kamers van de woning en de minimale omvang van het huishouden hanteren burgemeester en wethouders de volgende tabel:
Aantal kamers
Huurprijs tot welke de tabel van toepassing is
Minimale huishoudengrootte
3 of minder
Tot 1e aftoppingsgrens
1
4
Tot 2e aftoppingsgrens
2
5 of meer
Tot huurprijsgrens
2
Bij de toepassing van de in het vorige lid weergegeven tabel hanteren burgemeester en wethouders de volgende uitvoeringsregels:
bij éénouderhuishoudens telt het hoofd van het huishouden voor twee personen;
wanneer er sprake is van een zwangerschap van tenminste drie maanden, telt betrokkene voor twee personen. In dat geval dient het origineel van een door een medicus / verloskundige opgestelde zwangerschapsverklaring te worden overlegd;
wanneer er sprake is van een huishouden met minderjarige kinderen, waarvan één of meer leden in het buitenland moet(en) verblijven wegens het niet beschikken over woonruimte van voldoende grootte om volgens ministeriële regeling gezinshereniging te doen plaatsvinden, dan wordt het passendheidscriterium inzake de woninggrootte toegepast met inachtneming van de grootte van het thans nog gescheiden levende huishouden;
wanneer er sprake is van een huishouden waarbij aantoonbaar sprake is van co-ouderschap over minderjarige kinderen, dan wordt het passendheidscriterium inzake de woninggrootte toegepast met inachtneming van de grootte van het huishouden met inbegrip van het aantal minderjarige kinderen waarop het co-ouderschap betrekking heeft;
het aantal kamers dat de woning telt op het moment van ter beschikking komen is bepalend;
vierkamerwoningen met een oppervlakte geringer dan 75 vierkante meter worden beschouwd als driekamerwoningen