Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 30

Overgangsbepaling

Onderdeel van Afvalstoffenverordening Twenterand 2013

1. Vergunningen verleend op grond van of krachtens de in artikel 29, tweede lid, blijven - voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken – na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht en worden beschouwd als een aanwijzing als bedoeld in artikel 2 van deze verordening. 2. Ontheffingen verleend krachtens de verordening bedoeld in artikel 29, tweede lid, blijven - voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken – na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht en worden beschouwd als een ontheffing als bedoeld in deze verordening. 3. Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordening bedoeld in artikel 29, tweede lid, blijven - voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken – na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht. 4. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning op grond van de verordening bedoeld in artikel 29, tweede lid is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot aanwijzing als bedoeld in artikel 2 van deze verordening. 5. Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een ontheffing op grond van de verordening bedoeld in artikel 29, tweede lid is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt deze aanvraag beschouwd als een aanvraag tot ontheffing als bedoeld in deze verordening. 6. Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste of tweede lid, dan wel voorschrift of beperking bedoeld in het derde lid dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 29, eerste lid, is ingekomen binnen de voord¬ien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening bedoeld in artikel 29, tweede lid. 7. De intrekking van de in artikel 29, tweede lid heeft geen gevol¬gen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels en aanwij¬zingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel