De cliënt is op grond van hoofdstuk 3 van de verordening een bijdrage verschuldigd voor:
a. de maatwerkvoorziening logeervoorziening;
b. de maatwerkvoorziening vervoersvoorziening;
c. de maatwerkvoorziening ondersteuning, resultaatgebied: ‘het voeren van een huishouden’;
d. de maatwerkvoorziening opvang, en
e. de maatwerkvoorziening beschermd wonen.
f. de maatwerkvoorziening vervoer;
g. de maatwerkvoorziening woningaanpassing;
h. rolstoelvoorziening en sporthulpmiddelen.
Voor cliënten die extramurale begeleiding of dagbesteding krijgen onder een indicatie beschermd wonen (ZiN) geldt geen eigen bijdrage.
De hoogte van de bijdragen is vermeld in bijlage VIII.
Paragraaf 4.2 Nadere regels als bedoeld in artikel 4.2, derde lid van de Verordening, ‘korting op de bijdrage maatwerkvoorzieningen in natura en pgb’
Artikel 4.2.1
Een cliënt met een verzamelinkomen tot 130% van de bijstandsnorm is geen eigen bijdrage verschuldigd voor resultaatgebied ‘het voeren van een huishouden’, maatwerkvoorziening vervoer, maatwerkvoorziening woningaanpassing, rolstoelvoorziening en maatwerkvoorziening sporthulpmiddelen.
Artikel 4.2.2
Cliënten die voor 25 februari 2019 in het bezit zijn van een maatwerkvoorziening vervoer, een maatwerkvoorziening woningaanpassing, een rolstoelvoorziening of sporthulpmiddelen betalen in 2019 geen eigen bijdrage als overgangsperiode van 1 jaar.
Hoofdstuk 4 › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.1
Artikel 4.1.1
Onderdeel van Regeling Maatschappelijke Ondersteuning Den Haag 2018